Niet-begeleide minderjarige vluchtelingen vertellen (1): “Van nul herbeginnen”

Hoe voelt het om als niet-begeleide minderjarige vluchteling in ons land aan te komen? Reporter Jef Cauwenberghs zocht verschillende jongeren op. Deel 1: Ghasem uit Iran.

Zo’n twee jaar geleden kwam Ghasem, toen 15, aan in ons land. Zijn familie had hij na een lange reis via de Balkanroute moeten achterlaten in Iran. “We hebben altijd in Iran gewoond, maar zijn daar als etnische Afghanen nooit echt aanvaard.”

“De eerste maanden in België waren loodzwaar. Ik was veilig maar tegelijkertijd had ik niets meer. Het is alsof je van nul moet herbeginnen. Ik voelde me vaak erg eenzaam en de procedure om erkenning te krijgen, was moeilijk. Ze geloofden me niet, omdat ik mezelf noch als Afghaan, noch als Iraniër zie. De vragen die je tijdens zo’n interview krijgt, zijn lastig. Ze gaan tot in detail en vergen het uiterste van je concentratie en geheugen. Daarnaast speelt politiek een grote rol, iets waar ik weinig van afweet en wat me eerlijk gezegd ook niet interesseert.”

Ghasem bracht de jaren tijdens zijn procedureslag door in Opvangcentrum Klein Kasteeltje in Brussel. “Die twee jaar van mijn jeugd krijg ik nooit meer terug. Ik weet nog hoe ik de eerste keer dacht dat ik in een gevangenis was beland. Je zit met vier op een kamer, waardoor je weinig persoonlijke ruimte hebt. Als ik vroeger wil gaan slapen, kan dat niet omdat er nog veel lawaai is. Heb je om zes uur nog geen honger? Pech. Ook de avondklok is lastig. Soms wil ik uitgaan of kom ik laat terug van de gitaarles, maar ik moet voor tien uur terug binnen zijn.”

Muzikant

“Daarnaast zie je hoe sommige jongens hier in het Centrum een ‘nee’ krijgen en terug naar hun land moeten. Dat is confronterend en maakt me bang. Ik had ooit een vriend die geweigerd werd. Het kreeg de keuze: terugkeren of hier zonder eten en dak boven zijn hoofd in de illegaliteit leven. Hij heeft zijn biezen genomen en is in Syrië gaan vechten. Nooit meer iets van gehoord.”

“Toch voel ik me gesteund. In de eerste plaats door mijn voogd, maar ook door mijn klasgenoten en leerkrachten. Soms voel ik me niet goed in de klas, omdat ik terugdenk aan alles wat er gebeurd is. Dan vragen ze wat er is. ‘Niets’, zeg ik meestal, maar ze weten dat er wel iets is en helpen me erbovenop.”

“Die droefenis om het verleden zal er altijd zijn, maar toch voel ik dat ik mentaal weerbaarder ben geworden. Ik heb alles de voorbije jaren alleen moeten doen. Dat heeft me in zekere zin sterker gemaakt.”

“Vluchteling zijn in een multiculturele stad als Brussel is ook net iets gemakkelijker. Op één geval van racisme na voel ik me hier nooit echt de vreemdeling. Mijn klas is trouwens een weerspiegeling daarvan. Turken, Marokkanen, Albanezen, Roemenen: we zijn geen vreemden voor elkaar.”

Sinds enkele weken heeft Ghasem zijn erkenning en het vooruitzicht op een eigen plekje. “Eindelijk. Hopelijk kan ik mijn droom om muzikant te worden hier waarmaken. Het is alsof mijn leven vanaf nu weer kan starten.”

© 2018 – StampMedia – Jef Cauwenberghs en Anneka Robeyns