1. inleiding
2. Een greep uit de GSM-gebeurtenissen in België
3. Sprekende cijfers
4. Geschiedenis van het mobiele netwerk
4.1. GSM?
4.2. Typische technologie
4.3. Het ontstaan van het Belgische netwerk
4.4. Dit is Belgisch
5. Het GSM-toestel
6. Meer info op deze site
1. inleiding
Vijftien jaar - een eeuwigheid in mobiele termen.
We schrijven 1992. Siemens - toen al een aantal jaar actief in de ontwikkeling van GSM-netwerken - pakte uit met z'n eerste GSM-toestel. Het zag eruit als een koffer met een hoorn. De koffer bevatte een gigantische batterij, die goed was voor 12 uur standby tijd. Men besefte dat het kleiner moest kunnen, en lichter ook.
De eerste 'zak'-telefoons die werden uitgebracht in de maanden die volgden, waren zowel in omvang als in gewicht vergelijkbaar met een baksteen. Het duurde dan ook even vooraleer er sprake was van een doorbraak.
Oorspronkelijk maakte de GSM vooral bij het businesspubliek opgang. Medio de jaren 90, toen het toestel in zakelijke kringen steeds wijder verspreid raakte, werd het in de pers nog omschreven als een 'tool voor nep-directeurs'.
Het was Siemens die er mee voor zorgde dat ook het jonge volkje werd aangesproken, en wel met de uitvinding van de betaalkaarten. Die zorgden voor een ware boom op het eind van de jaren 90.
Het toestel is voor de meesten onder ons niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven. Wereldwijd bezit één mens op zes er een. Het toestel - momenteel zo'n 100 gram licht - maakte een razendsnelle evolutie door. tot op vandaag volgt de ene feature de andere op: SMS, MMS, polyfonische beltonen, camera's ...
Wereldwijd zijn er momenteel meer dan een miljard gsm-gebruikers. ruim 454 gsm-netwerken zijn aanwezig in meer dan 182 landen. En het eind van het succesverhaal is nog niet in zicht. De groei gaat door, dus men rekent erop eind 2009 de mijlpaal van twee miljard gsm'ers te bereiken.
terug naar boven
2. Een greep uit de GSM-gebeurtenissen in België
| 1977 |
MOB1, het eerste netwerk voor mobiele telefonie en de prille voorloper van het gsm-netwerk, verschijnt op de Belgische markt. MOB1 is geen cellulair systeem – en heeft dus een beperkte capaciteit, goed voor 4000 abonnees – maar werkt via 21 Belgische zones. Om te bellen van vaste naar mobiele telefoon, moest de beller weten waar de andere zich bevond. Of hij kon 21 maal proberen: een keer per zone … |
| 1987 |
MOB2 volgt MOB1 op. Dit cellulair systeem maakte een eind aan de grootste problemen die MOB 1 stelde. |
| 1988 |
Siemens pakt uit met z’n eerste echt mobiele telefoon: de C2, een prijzig zwaargewicht (6,9 kg). |
| 1989 |
Siemens Mobile België – toen nog Siemens Atea – begint te werken aan de ontwikkeling van een gsm-netwerk. |
| 1990 |
Binnen de RTT starten onderhandelingen over de introductie van een gsm-netwerk. |
| 1991 |
Tussen Frankrijk, Nederland, Engeland en de Scandinavische landen starten onderhandelingen over een Europees gsm-netwerk. |
| 1992 |
Capaciteit van MOB2 wordt opgedreven omwille van de vertraging bij de ingebruikname van het gsm-netwerk.
Verkoop mobiele telefoons stijgt. Siemens brengt z’n eerste gsm op de markt: de P1, een koffer met een hoorn. |
| 1993 |
Belgacom Mobile, filiaal van Belgacom, onderhandelt druk over de nakende introductie van het gsm-netwerk.
De verkoop van het aantal mobiele telefoons neemt toe met een factor 5 tegenover 1993.
Er worden lessenpakketten over mobiele communicatie gegeven aan distributeurs. |
| 1994 |
Het eerste gsm-netwerk komt er, de merknaam wordt Proximus. Alle schakelstations zijn van Siemens-makelij. |
| 1995 |
Belgacom Mobile zorgt voor betere dekking en een betere kwaliteit van het gsm-netwerk. |
| 1996 |
Mobistar duikt op, de eerste speler naast Belgacom Mobile.
Er wordt werk gemaakt van de blokkering van gestolen toestellen. |
| 1997 |
Siemens lanceert de eerste gsm met lithium-ionbatterij: de S6. Een schot in de roos. |
| 1998 |
Eind januari tellen Proximus en Mobistar samen 520.000 klanten.
Een derde speler, Orange – vandaag Base – komt op de markt. |
| 1999 |
Siemens pakt uit met 2 nieuwe gsm’s: de C25 en de S25. |
| 2000 |
Eind januari tellen Proximus en Mobistar samen 5.500.000 klanten. |
terug naar boven
3. Sprekende cijfersDe evolutie van de gsm-verkoop in België (*):
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Aantal stuks verkocht (x 1.000) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Miljoen euro |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(*)bron: GfK, op basis van de retail-sales (zonder de sales via operators)
terug naar boven
4. Geschiedenis van het mobiele netwerk
4.1. GSM?
Tussen 1950 en 1980 ontstonden in verschillende landen mobiele netwerken. De meeste ervan hadden te kampen met tal van nadelen: een beperkt bereik, een klein aantal potentiële gebruikers en een slechte kwaliteit. De toestellen zelf waren zwaar en enkel geschikt voor gebruik vanuit de wagen.
Begin van de jaren 80 hadden onder meer de Verenigde Staten, de Scandinavische landen, België, Frankrijk, Duitsland en Italië elk een eigen systeem. Geen ervan was compatibel met de andere. De nood aan een pan-Europees systeem ontstond.
Daartoe werd in 1982 een werkgroep opgericht in de schoot van het toenmalige Conférence Européenne des Postes et Télécommunications. De werkgroep – de ‘Groupe Spéciale Mobile’, kortweg GSM – zou de standaarden voor mobiele communicatie in Europa vastleggen. Het moesten open standaarden worden, waarmee zich een concurrentiële markt kon ontwikkelen voor zowel de infrastructuur als de mobilofoons. Bovendien is gsm een ingewikkeld systeem, ontwikkeld voor een groot aantal functionaliteiten en een goede kwaliteit. Het duurde tot 1990 vooraleer de specificaties werden gepubliceerd.
In 1992 kon het eerste ‘gsm’-systeem van start gaan. De afkorting bleef behouden, maar staat sindsdien voor ‘Global System for Mobile communication’.
terug naar boven
4.2. Typische technologie
De gsm-technologie is vrij complex en heeft een aantal typische kenmerken. Zo is het gsm-systeem cellulair opgebouwd: het grondgebied wordt opgedeeld in verschillende cellen. Elke mobilofoon communiceert met het basisstation van zijn cel. Dit cellulaire systeem kwam overgewaaid vanuit de Scandinavische landen. Het is een duur systeem, maar biedt het voordeel van een enorme capaciteit.
De gsm werd gespecificeerd voor maximale afstanden tussen basisstation en mobilofoon van 30 km. Zelfs de kleinste gsm-toestellen kunnen een vermogen van 2W uitzenden. Dit vergt veel van de batterijen; deze zijn dan ook van bijzonder belang voor de kwaliteit van de mobilofoon.
Vermits de afstand tot de basisstations beperkt is, zijn een groot aantal stations nodig. Een klein land als België telt er meer dan 500. Eigen aan de gsm is dat de gebruiker mobiel is; de operator moet dus van elk toestel dat standby is, weten in welke cel het zich bevindt. Het duurt dan ook enkele seconden alvorens een verbinding tot stand komt.
Wanneer een mobilofoon tijdens het gesprek in een andere cel terechtkomt, is er een ‘hand over’ van het ene naar het andere basisstation, zonder dat de gebruiker er iets van merkt. In Europa wordt gebruik gemaakt van de bandbreedtes van 900 en 1800 Mhz. Het Amerikaanse net maakt gebruik van 1900 Mhz, een bandbreedte die niet compatibel is met de Europese. Vandaag zijn de meeste telefoons ‘Dual-band’ of geschikt voor zowel 900 als 1800 Mhz. Sommige zijn’Tri-band’; goed voor de drie verschillende bandbreedtes.
UMTS – de gsm van de derde generatie – maakt gebruik van bandbreedtes tussen 1950 en 2150 Mhz.
terug naar boven
4.3. Het ontstaan van het Belgische netwerk
Vijftien jaar geleden begon Siemens Mobile België met onderzoek naar en ontwikkeling van het gsm-netwerk in ons land. Krijgen we vandaag om de haverklap nieuwe modellen en mogelijkheden gepresenteerd, in den beginne liep het allemaal niet zo’n vaart.
In 1986 werd het bedrijf Atea, gevestigd in Herentals, deel van de wereldwijde Siemens Groep. Atea stond sinds vanouds sterk in schakelsystemen voor vaste netten. Twee jaar na de overname, in 1988, stelde het Siemens moederbedrijf in Munchen voor dat de Belgische dochter zich zou toespitsen op de vernieuwing van de analoge mobiele netwerken. Een voorbeeld daarvan was het Belgische MOB2, dat zowat de grens van zijn mogelijkheden had bereikt. Met deze verschuiving zou binnen Siemens Duitsland capaciteit vrijkomen voor de ontwikkeling van het netwerk van de tweede generatie: het digitale gsm-netwerk. Aldus geschiedde, maar niet voor lang.
Want in 1989 schreef de toenmalige RTT een lastenboek uit voor een landbedekkend, digitaal mobilofonienetwerk. Het moest er, volgens de initiële planning, zijn tegen eind 1990. Gevolg was dat nog in ’89 een R&D-ploeg bij Siemens Mobile België – toen nog Siemens Atea – parallel begon te werken op het gsm-netwerk. Siemens ging in op het lastenboek via de Tijdelijke Vereniging AMM, samen met een aantal andere spelers.
In oktober 1989 werd de eerste opdracht aan AMM gegund. Dan werd de deadline verschoven naar eind 1992. Het zou uiteindelijk januari 1994 worden, alvorens het netwerk opstartte.
Alle schakelcentrales waren geleverd door één partij: Siemens Mobile. Drie concurrenten hadden de basisstations aangeleverd.
Eind 1994, bij de tweede uitschrijving, telde Proximus al 100.000 gebruikers. Er werd sterk over getwijfeld of er 3 dan wel 4 centrales zouden worden geplaatst. Vandaag zijn het er nagenoeg 30.
terug naar boven
4.4. Dit is Belgisch
Telden de gsm-netwerken oorspronkelijk nog vrij veel landenspecifieke ontwikkelingen, dan werd in de loop der jaren zoveel mogelijk landenoverschrijdend gewerkt. Sinds 1989 spitst ook R&D in Herentals zich toe op generische ontwikkelingen, bestemd voor de wereldmarkt.
Zo is in de ontwikkeling van een gsm-netwerk bijzonder veel signalisatie nodig. Want vermits de gebruiker beweegt, is tracking noodzakelijk; het netwerk moet weten in welke cel elk toestel zich bevindt. En wanneer het toestel beweegt van de ene cel naar de andere of van het ene land naar het andere, is een ‘hand over’ nodig zodat de gebruiker kan blijven bellen. Hiertoe ontwikkelde Siemens Mobile België het nummer-7 signaal, een internationale standaard in de gsm-netwerken. Tot op vandaag werkt hier een ploeg van een 10-tal medewerkers op bij Siemens.
Daarnaast werd – ook in België – de authenticatiemodule ontwikkeld, met de bijhorende software. Eigen aan gsm-technologie, is dat u door uw toestel wordt herkend op basis van uw PIN-code. En dat uw toestel wordt geweigerd door het netwerk wanneer het gestolen is. Ook op deze technologie – die in elk land op een andere manier wordt versleuteld – werkt vandaag nog een team van 15 Belgische Siemens medewerkers.
terug naar boven
5. Het GSM-toestel
Als onze gsm vandaag een lichtgewicht technologisch hoogstandje is, dan zit Siemens daar ongetwijfeld voor iets tussen. Net als in de andere activiteiten, hecht de Groep bijzonder belang aan kwaliteit en degelijkheid. Tegelijk ligt de focus op innovatie van de gsm-toestellen. Siemens Mobile wist ettelijke keren voorsprong te nemen …
De mijlpalen
1980
Siemens richt de afdeling ‘Siemens Mobile’ op, als resultaat van de stijgende vraag naar producten voor mobiele communicatie. Mobilofoons waren toen nog weggelegd voor enkelingen met veel geld.
1986
Siemens Mobile maakt z’n debuut op de Duitse markt met een automobilofoon voor het toenmalige Duitse C-Net (vergelijkbaar met onze MOB2): de C1. Het was een zwaargewicht; hij woog zowat 8,8 kilo.
1988
De eerste echt ‘mobiele’ telefoon wordt geboren. Siemens pakte uit met de prijzige C2, die ook buiten de wagen kon gebruikt worden. Met een bijhorend draagrek voor de batterij, met oplaadelektronica en antenne, was de eigenaar – ondanks het gewicht van 6,970 kg – zeker van twee zaken: totale vrijheid én de jaloezie van vele anderen.
1990
Met de C3 slankte het gewicht van de mobilofoon aanzienlijk af: met 2,5 kg werd hij ook toegankelijk voor de minder gespierde gebruiker. De C3 hield trouwens ook andere nieuwigheden in voor in-car bellers: voor het eerst bood de digitale handenvrijfunctie een gelijkaardige kwaliteit als de vaste telefoons.
1992
De P1 was de eerste gsm in de ware zin van het woord: een pan-Europese oplossing. De P1 zag eruit als een koffer met een hoorn. Het toestel woog 2,2 kilo en had handenvrijfunctie, snelkiesknoppen, een elektronisch telefoonboek en een duidelijk display. Het bood twee uur gesprekstijd en was tot 12 uur standby. 1993
De S3com wordt gelanceerd, een voorloper op z’n tijd. Met een modemkaart kon de vooruitstrevende businessman of –vrouw onderweg faxen en gegevens doorsturen. De gsm bevatte daarnaast ook een andere mogelijkheid, die een verrassend groot succes zou worden: SMS of Short Message Service. De S3com woog slechts 260 gram, was tot 20 uur standby en bood tot 100 minuten gesprekstijd.
1996
De S4 sloeg in als een bom en werd een jaar na de lancering al een klassieker genoemd. De S4 woog 235 gram, was tot 50 uur standby, en bood een gesprekstijd van 4 tot 7 uur. De gebruiker kon ermee SMS’en en – mits een modemkaart – faxen en data verzenden.
1997
Siemens pakte in de S-reeks uit met verschillende nieuwigheden: het instapmodel S6 bevatte de eerste lithium-ionbatterij. Dat had zo z’n gevolgen voor het design. De S6 was extreem dun en 165 gram licht. Het stijlvolle toestel paste naadloos in een hemd- of broekzak. Hij was 30 uur standby en bood 4 uur gesprekstijd. De kwaliteit van het toestel werd ettelijke keren bekroond. Met de S6 won Siemens de prestigieuze iF Design Award.
Voor het eind van hetzelfde jaar kwam Siemens in Duitsland nog op de markt met de S10. De grootste vernieuwing: het hoogresolutie kleurenscherm.
1998
Met de S10Dactive pakte Siemens uit met de eerste buitenhuis-gsm. Dit schok- en krasbestendige model was niet kapot te krijgen, met rubberen omkasting en verzonken toetsenbord. In deze periode werd de look van de gsm steeds belangrijker. De S10 werd dan ook aangeboden in rood, groen en antraciet.
Met de SL10 werd de gsm een designobject, dat technologie, schoonheid en gebruiksgemak combineerde. Dankzij het proSLIDE mechanisme bleef het toetsenbord beschermd. De SL10 was slechts 12,5cm lang en woog nauwelijks 140 gram. Hij bevatte de eerste infrarood interface voor fax en data en was uitgerust met een kleurendisplay.
De S15E, ten slotte, was een van de eerste gsm’s wereldwijd die goed was voor twee netten: het 900 en 1800Mhz-net. Het toestel beloofde een kristalheldere ontvangst, ook wanneer de eigenaar over de grens ging. Het telefoongeheugen kon tot 255 namen opslaan. 1999
De C25 was – met z’n 135 gram – de kleinste en de lichtste van de klas. Hij was specifiek gericht op de first-time-buyer, met een groot display en een eenvoudig menu, gebaseerd op icoontjes. Dit toestel introduceerde muziek op de gsm: hippe beltonen van 6 DJs maakten van de C25 een echt hebbeding.
De S25 was de tot dan toe meest gesofisticeerde Siemens gsm. Het was de eerste Dual-band met een grafisch kleurenscherm. Hij beschikte over alle bestaande compressiemethodes om beter gebruik te kunnen maken van de netwerkcapaciteit en internettoegang via WAP te verkrijgen.
2000 – 2001 – 2002
De laatste jaren ging Siemens almaar verder op de ingeslagen paden. De gsm’s werden nog kleiner en lichter en ze kregen er steeds meer features bij: WAP, GPRS, MMS, kleurenscherm, ingebouwde camera, ingebouwde radio, spelletjes ondersteund door Java, Bluetooth, draadloze synchronisatie met pc, polyfonische beltonen, stemcommando’s, … De ene vernieuwing volgde de andere op. Ook inzake design verlegde Siemens grenzen. Zo werd de Xelibri-lijn gelanceerd: hippe gsm’s voor het modebewuste en extravagante volkje. Steeds meer kunnen gebruikers kiezen voor een gsm in functie van hun persoonlijke stijl, behoeften en wensen.
2003
Ook het laatste jaar nam Siemens voorsprong met diverse vernieuwingen.
In de eerste plaats waren dat de twee 3G-gsm’s: de U10 en de U15, waarmee de Groep de meest succesvolle 3G-leverancier werd. De U15 combineert alle functies die vandaag technologisch haalbaar zijn, waaronder videotelefonie, music streaming en de mogelijkheid om geluidsvideo’s op te nemen.
En er was de lancering van de SX1: de eerste ‘smartphone’ van Siemens. Dit toestel bevat zowel een aantrekkelijk ontspannings- als een krachtig businesspakket: een gsm, een PDA, een radio, een camcorder, een spelletjesconsole, een video player, … 110 gram plezier én efficiëntie.
terug naar boven
6. Meer info op deze site
Vorig jaar organiseerde www.jongerenplaneet.be een enquête bij 636 jongeren in verband met hun GSM-gebruik. Die resultaten zijn nog steeds terug te vinden in het archief van onze dossiers: klik hier!
terug naar boven |